24 december 2024, de dag is grijs zoals bijna alle dagen dezer dagen. Ik wandel met 'mijn' drie mannen door Utrecht. We lunchen met Egg Benedict, doorkruisen het hart van de Dom, staan stil in een winkel met spelletjes en bij bijzondere gevels.

De geschiedenis ontvouwt zich op het moment dat we er langs lopen. Van de dichte bebouwing naar het groen van de Catharijnesingel onderweg naar de treinen in Utrecht Centraal. Ineens is daar ruimte.

Aan de overkant van het water zie ik een ufo op het dak van een enorm gebouw. Bijzonder:

ufo op het dak

Ik sta er bij en kijk er naar en ineens merk ik naast me het beeld van een jonge vrouw op. In messing vertelt ze me haar verhaal:

Monument Truus van lier

Het raakt me, blijvend, zoals alle verhalen van moedige mensen me versterken.

Eenmaal in de trein terug struikelen we over benen van een man alleen met z'n hele grote mond. Ook na navraag blijven z'n benen liggen waar ze niet mogen liggen. Ik vind daar wat van en dat maakt hem boos. Waar ik me druk om maak?

Ik vind dat een goeie vraag en geef graag antwoord als iemand een vraag stelt, dat vind ik zelf namelijk logisch. Maar dat bleek hier niet de bedoeling. De man wordt bozer en terwijl ik denk 'kom maar op klein mannetje, ik kan je hebben', vinden my guys dat ik beter m'n mond kan houden.

Bijzonder hoe de situatie draait. Ik voel nu niet alleen strijdlust maar ook een beetje verdriet om de impact van zo'n klein mannetje met een grote mond en z'n poten op de bank.

Na een tijdje komt er een boomlange conducteur het gangpad ingelopen. Van een afstand heeft hij de poten op de stoel gezien. Ineens zijn ze bij zijn passeren verdwenen. Maar dit is een slimme conducteur, eentje die de pappenheimers kent. Hij blijft een paar meter verder staan en ziet dat de poten er weer liggen en komt terug. Hij wacht niet lang tot het mannetje inkrimpt.

Eenmaal thuis hebben we het er nog uitgebreid over.